Auteur: youssefkobo

World Traveler - Opinion Maker - Public Speaker I write about International Relations, Arab Spring, Emerging Markets & Media

10 kritische vragen aan Wim Van Rooy namens de Belgische moslimgemeenschap

In een interview met De Morgen pleit de wereldbekende islamoloog/islamkenner/islamdeskundige/islamcriticus Wim Van Rooy om de 750.00 Belgische moslims preventief op te sluiten. Dit op maat van de interneringskampen voor Japanners tijdens WO II in de VS

Het spreekt voor zich dat de Belgische moslimgemeenschap zich hier maar al te graag bij neerlegt. Burgerschap weet u wel. Maar voor het zo voor komt wensen wij graag nog enkel praktische vragen voor te leggen aan dhr. Van Rooy.

1. Waar gaan u deze 750.000 moslims huisvesten/interneren? Aan de kust, in de Kempen, in de Ardennen, Aushwitz-Birkenau, Bergen-Belsen, Breendonk of Trebleninka?

2. Hoe gaat u deze 750.000 landgenoten vervoeren naar deze interneringskampen? Royal Air Maroc, Turkish Airlines of Ryanair?

3. Of verloopt de reis via het spoor? Hopelijk niet met de NMBS. Kwestie van géén eindeloze vertraging op te lopen.

4. Mogen we zelf onze roommates kiezen in deze interneringskampen?

5. Is er een deftige Wifi-verbinding in deze kampen?

6. Wie gaat al deze moslims opsporen? Hoe maken we moslims in de openbare ruimte kenbaar? Met een gele maan?

7. Wie gaat dit allemaal betalen? Gelet op het gat in de begroting. Hoe gaan we dit financieren?

8. Draaien de deelstaten hiervoor op of is dit een taak van de Federale regering?

9. Heeft u ooit de werken van Chil Rajchman, Elie Wiesel, Primo Levi gelezen? Heeft u ooit Shoah van Claude Lanzmann gezien?

10. Heeft u ooit al eens een bezoek gebracht aan de Dossinkazerne in Mechelen? Op de tweede en derde verdieping zal u gelijkaardige uitspraken, krantenartikels en cartoons zoals de uwe aantreffen.

Racism is man’s gravest threat to man – the maximum of hatred for a minimum of reason. – Abraham Joshua Heschel

Advertenties

Nu moeten we de rangen sluiten

Het is onmogelijk om op een dag als deze je gedachten gestructureerd op papier te zetten. 34 doden. Ik kan het moeilijk vatten. De zoveelste aanslag gepleegd door extremisten die mijn religie misbruiken.

Ik had nooit durven denken dat ik dinsdagochtend zou beginnen met het in allerijl bellen van vrienden die op Zaventem werken. Niet veel later gevolgd door het tragische nieuws dat er ook een aanslag heeft plaatsgevonden op het metrostation vlak onder ons partijbureau. Collega’s en vrienden die ternauwernood aan de dood ontsnapt zijn.

Ons land werd recht in het hart getroffen. Ik voel absolute verslagenheid. Welke antwoord kun je bieden op deze blinde terreur? Zullen er nog meer aanslagen volgen? Welke gevolgen zal dit hebben op de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in ons land?

Desondanks dat het nieuws de eerste uren maar mondjesmaat binnenstroomt, wordt er online al duchtig met de vinger gewezen. In een paar uur tijd krijg ik alle mogelijke varianten op ‘allemoslimratten het land uit’ over me heen. Een déjà-vu gevoel maakt zich al snel meester van me.

 

De Belgische moslimgemeenschap wacht een loodzware taak. We moeten het hoofd bieden aan de vele verwijten die we in de komende weken en maanden ongetwijfeld over ons heen gaan krijgen. En tegelijk moeten we een antwoord zien te vinden op het absolute nihilisme van extremisten die onze religie van binnenuit vernietigen.

Alle discussies over islamofobie en xenofobie vallen in het niets tegenover het ondraaglijke lijden van de nabestaanden van de slachtoffers die vandaag gevallen zijn. De Belgische moslimgemeenschap moet en zal de voorhoede

vormen van onze gezamenlijke strijd tegen religieus fanatisme.

Laat deze nationale tragedie het moment zijn waar we naar elkaar toegroeien. Laten we niet in de kaart spelen van deze extremisten die ons tegen elkaar trachten uit te spelen. Deze fanatici onderschatten de veerkracht en de weerbaarheid van onze samenleving. Dit is het moment waar de rangen sluiten. Wij zullen onophoudelijk blijven strijden tegen deze barbarij. Onze samenleving is één en ondeelbaar.

 

Gepubliceerd in De Morgen 23/03
http://www.demorgen.be/plus/youssef-kobo-communicatieadviseur-cd-v-b-1458693601714/

Interview De Morgen 13/02

Volgens regisseur Adil El Arbi wordt deze man ooit nog premier. Youssef Kobo (27) moet erom lachen, maar zijn netwerk is wel erg imposant: van tv-maker Tom Lenaerts over activist Dyab Abou Jahjah tot CD&V, waar hij werkt. Gesprek met een angry young man die milder werd.


Youssef Kobo: tv-maker, twitteraar en toppoliticus in wording

‘Hoe gretig jongeren uit Molenbeek zijn om te ondernemen,mag ook wel eens verteld worden”Journalisten en politici moeten eens leren om niet zo geobsedeerd te zijn door die religie: ze zijn meer met de islam bezig dan de doorsnee moslim”Adil El Arbi is geen uitzondering, hij is de norm. Er zijn veel Adils die op het punt staan door te breken’

“Ik dacht dat het nooit zou lukken”, zegt Youssef Kobo. “Toen Tom Lenaerts mij het idee voor Een kwestie van geluk uitlegde, was dat mijn eerste reactie: het is onmogelijk om zo’n programma te maken. De Marokkaanse gemeenschap en andere minderheden hebben een grote afkeer van de media, omdat ze altijd op een negatieve manier in het nieuws komen. Ik heb lang moeten vechten om mensen te overtuigen om mee te werken.”

Youssef Kobo is een fenomeen. Hij kent iedereen en iedereen kent hem. In de journalistiek. In de media. In de politiek. Bij vakbonden en werkgeversorganisaties. Kobo, die er de nadruk op legt dat hij in dit interview uitsluitend in eigen naam spreekt, werkt sinds drie maanden op het kabinet van Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V), maar is ook vriend aan huis bij activist Dyab Abou Jahjah en was tot voor kort verbonden aan Panenka, het productiehuis van televisiemaker Tom Lenaerts.

“Ik ben heel trots dat Een kwestie van geluk zo goed wordt ontvangen”, zegt hij. “Het mooie aan dit programma is dat het niets wil. Het wil niet per se tonen hoe geweldig de multiculturele samenleving is, het wil geen sensationeel beeld ophangen van Borgerhout of Antwerpen-Noord, het wil gewoon registreren hoe mensen leven. Daar op die kleine plek waar alle nationaliteiten elkaar vinden: de wereld op een zakdoek. Wij willen tonen wat er écht gebeurt. Want het beeld dat de media doorgaans ophangen van het diverse Vlaanderen, strookt niet met de realiteit. En dat zijn de mensen daar kotsbeu. Daarom heeft het mij zoveel moeite gekost om hun vertrouwen te winnen. Maandenlang hebben we daaraan gewerkt, met honderden mensen hebben we gepraat.”

De reacties zijn overal unaniem lovend: Een kwestie van geluk is een geweldig programma. Zijn mensen ook tevreden dat ze hebben meegewerkt?

Youssef Kobo: “Absoluut. De reacties zijn heel positief. Eindelijk worden de clichés eens overstegen. Want die was ik zelf ook grondig beu. Journalisten beschouwen mij als een soort Gouden Gids: als ze iemand met migratieroots zoeken, bellen ze mij. En doorgaans willen ze alleen de clichés.”

Wat vragen ze dan zoal?

“Of ik een onderdrukte moslima ken die ze kunnen interviewen, bijvoorbeeld. Of een Marokkaan die boos is op de samenleving. Of een moslim met een lange baard en een djellaba. Ze zoeken alleen maar mensen die hun vooroordelen bevestigen. Dat zag je onlangs nog toen de internationale pers neerstreek in Molenbeek: al die cameraploegen waren op zoek naar terroristen met een lange baard. Ze waren teleurgesteld dat ze niets vonden. Het was zo erg dat het grappig werd, het deed mij denken aan In de gloria.”

Wat is er volgens u in Molenbeek aan de hand?

“Er zijn problemen, daar moeten we niet onnozel over doen. Er was bij verschillende aanslagen een link met Molenbeek. Er hebben zich terroristen schuilgehouden in een van de meest verpauperde buurten van Brussel. Voor de mensen die daar wonen, was dat een enorme klap. Ik ken er veel volk, want ik woon in de Dansaertstraat, dat is vlak in de buurt. En ik weet dat Molenbeek veel potentieel heeft.”

Wat vindt u van het Kanaalplan?

“Dat is belangrijk. De federale regering investeert in politie, parket en staatsveiligheid. Dat is hoognodig. Maar mijn eigen staatssecretaris Bianca Debaets investeert ook in Molenbeek, onder meer in een project waarbij jongeren leren programmeren, apps maken en websites bouwen. Dat is fantastisch om te zien: hoe snel die jongeren leren, hoe gretig ze zijn om dingen te ondernemen. Dat verhaal mag ook eens verteld worden.”

U bent niet meer de angry young man van een paar jaar geleden.


“Nee. Ik heb altijd zeer uitgesproken meningen gehad, maar ik ben de laatste tijd een beetje milder geworden. Ik heb het effect van sociale media altijd zwaar onderschat. Op Twitter kon ik soms nogal scherp uit de hoek komen. Maar ik ben niet de persoon die per se wil provoceren of die anderen wil kwetsen. Ik hou nog altijd van debat, maar met sarcasme en cynisme komen we geen stap vooruit.”

Wat u vaak deed en doet, is onze dubbele moraal aan de kaak stellen.

“Ja, die dubbele moraal is er nog altijd. En dat is een gevaarlijk spelletje. Elk nieuwsfeit waar minderheden bij betrokken zijn, wordt geduid met etnische of religieuze motieven. Dat gebeurt constant. Maar vaak is het journalistieke quatsch. Beeld u in dat we bij elk incident met hooligans meteen zouden zeggen: typisch voor de Vlaamse cultuur. Als het over minderheden gaat, is de duiding er soms al nog voor de feiten bekend zijn. Zoals in Keulen, bijvoorbeeld. Maar goed, met provocerende tweets ben ik dus gestopt.”

Waarom eigenlijk? Een scherp debat is toch gezond?

“Zeker. Ik heb dat altijd belangrijk gevonden. Ik heb altijd nood gehad aan tegengestelde meningen. Ik heb mij nooit willen omringen met alleen maar gelijkgestemden. Maar ik wil de polarisering niet langer voeden. Daarom ben ik op de rem gaan staan. Wat bereik ik met provocerende tweets?”

“Draag ik daarmee iets bij aan deze samenleving of houd ik gewoon de hetze in stand? Dat is voor mij een kleine existentiële crisis geweest. En ik heb ervoor gekozen om constructief te zijn. Ik zat als activist aan mijn grenzen.”

Bent u daarom, achter de schermen weliswaar, in de politiek gegaan?

“Absoluut. Dit zijn mijn eerste voorzichtige stapjes in de politiek. Ik ben zoekend. Je hebt activisten nodig, maar ook mensen nodig die zich politiek engageren. Ik wil bruggen bouwen.”

Vanwaar de keuze voor CD&V? Omdat de partij zich in ‘het moedige midden’ bevindt? In uw Twitterbio staat sinds kort: ‘Enerzijds, anderzijds’.

“Ik ben een jonge snotaap die zich afvraagt hoe we uit de loopgraven geraken. Ik heb de voorbije jaren met veel slimme mensen gepraat: met werkgevers, vakbondsmensen, socialisten, liberalen, … Telkens viel het mij op dat men vastzit in een soort ideologische starheid, in een tunnelvisie. En niemand wil een duimbreed toegeven. Zo komen we er dus niet. Daarom denk ik nu: enerzijds, anderzijds, we hebben een beetje van dit nodig en een beetje van dat. Daarom heb ik gekozen voor CD&V.”

Hebt u ook van andere partijen aanbiedingen gehad?

“Ik heb andere voorstellen gehad, ja. Maar ik heb altijd een zwak gehad voor CD&V. En met Bianca Debaets klikte het meteen. Wat mij enorm aanspreekt, is de beroepsernst en de ijver van de mensen in die partij, zowel voor als achter de schermen. Zelfs de kleinste dingen worden behandeld alsof het een staatszaak is. Er zitten weinig flierefluiters of haantjes-de-voorsten bij CD&V. Mensen zijn integer en plichtsbewust. En ze volgen consequent hun lijn, alle maatregelen worden getoetst aan hun principes.”

Heeft dat met religie te maken, denkt u? Zowel sp.a als Open Vld zwalpen als het over een aantal grote kwesties gaat, zoals diversiteit. CD&V blijft doorgaans nogal fatsoenlijk, bijvoorbeeld in het vluchtelingendebat.

“Of dat iets met religie te maken heeft, durf ik niet te zeggen. Het valt mij wel op dat CD&V geen partij is van 1.001 ideetjes en ballonnetjes, maar een partij van het fatsoen. Voorzitter Wouter Beke is iemand die de klik al heeft gemaakt: hij weet dat diversiteit de realiteit is, daarom hecht hij zoveel belang aan het wij-verhaal. CD&V is geen partij voor de rijksten of voor de zwaksten, maar een partij voor iedereen.”

Wat vond u ervan dat sp.a-voorzitter John Crombez het vluchtelingenplan van zijn Nederlandse collega Diederik Samsom verdedigde?

“Ik vond dat onbegrijpelijk. Hoe iemand met zo’n pushback-plan nog geloofwaardig blijft, snap ik niet. Politici mogen nooit de publieke opinie achterna lopen, ze mogen nooit hun principes laten vallen. We hebben er decennia over gedaan om onze normen en waarden op te bouwen. Daarvoor hebben we allemaal veel offers gebracht. Die principes mogen we nu niet, met deze ene crisis, in de vuilnisbak gooien. CD&V zal dat nooit doen, ze heeft het land al door grotere crisissen geloodst. Vluchtelingen hebben recht op een humane opvang, dat is onze plicht. Punt.”

Maar de angst voor vluchtelingen is groot, allicht ook bij CD&V-kiezers.

“Ik begrijp dat mensen bang zijn, daar moet elke partij rekening mee houden. Dat is in het verleden te weinig gebeurd, daarom is Vlaams Belang zo groot geworden. We mogen niet naïef zijn, we moeten bijvoorbeeld kordaat optreden tegen mensensmokkelaars, om maar iets te noemen. Maar we moeten tegelijk vermijden dat we ons over tien jaar schamen voor de dingen die we vandaag zeggen en doen.”

Hebt u de opmars van het Vlaams Blok als tiener gevolgd?

“Ik ben opgegroeid in Mechelen, en ik herinner mij die opmars nog levendig. Op een bepaald moment stemde één op de drie Mechelaars voor een partij waarvan ik wist dat ze van mij walgde, dat ze mij niet moest. Dat gevoel leefde bij heel veel mensen met een migratieachtergrond. Bijzonder confronterend, hoor. Ik moest als jongen ook altijd mijn identiteitskaart tonen aan de politie. Ik dacht dat dat normaal was.”

U vertelde ooit dat u na 11 september 2001 in de klas een opstel moest schrijven waarin u zich verontschuldigde voor de aanslagen. En u tweette ooit dat u later door een boze leraar ondersteboven uit het raam werd gehangen.

“Dat had ik nooit op Twitter mogen zetten. Dat was een tactische fout. Ik had niet zoveel van mijn privéleven mogen prijsgeven. Ik had nooit kunnen voorspellen dat die tweet zo opgepikt zou worden. Het is een episode die ik niet opnieuw zou willen beleven. Ik weet ook dat sommige mensen mij niet geloven. Dat is dan maar zo. Ik weet wat er gebeurd is.”

Hoe bent u er als jongeman in geslaagd om altijd zo positief te blijven?

“Door zulke dingen nooit persoonlijk te nemen. Ik heb altijd geprobeerd om alles in perspectief te zien. Elke maatschappij

heeft dezelfde problemen. In de Golfstaten worden migranten uit Indonesië en Nepal als honden behandeld. In Marokko worden migranten uit de landen onder de Sahara slecht behandeld. In de Verenigde Staten hebben Afro-Amerikanen nog altijd problemen. Maar ik geloof in wat Martin Luther King zei: dat de mensheid uiteindelijk altijd kiest voor rechtvaardigheid.”

Gaat het momenteel de goede kant op, denkt u?

“Er is een evolutie aan de gang die media en politiek nog niet zien. Er leeft een nieuwe generatie jongeren in onze steden die absoluut niet meer bezig is met het klassieke integratieverhaal. Jongeren van mijn leeftijd willen excelleren en slagen in het leven. Wij willen iets opbouwen, wij willen iets ondernemen. Al die verhalen over cultuur en religie en inburgering: sorry, maar die zijn niet meer aan ons besteed. Wij zijn allemaal Belgen. En wij staan te popelen om het te maken, om bij te dragen aan deze maatschappij.”

Toch zijn media en establishment nog altijd bijzonder wit.

“En dat is een fundamenteel probleem. Ga eens kijken in de banken, bij de media, bij multinationals: je ziet er allemaal witte mensen. Kijk dan eens naar buiten: daar zie je de diversiteit, de realiteit. Die discrepantie kan niemand mij verklaren. Tegen 2050 zal één op de twee Belgen migratieroots hebben. En toch is ons land nog altijd koploper wat betreft achterstelling van minderheden op de arbeidsmarkt en in het onderwijs.”

Die discussie over achterstelling en discriminatie zijn media en politiek een beetje beu, vrees ik. En heel wat lezers ook, wellicht.

“Uiteraard. Als er nu één ding is dat alle Belgen en Vlamingen met elkaar verbindt, dan is het wel dat we die discussie beu zijn. Ik ook. Ik ben 27 en heb nooit iets anders gekend dan dat debat. Ik wil een ander verhaal brengen, het verhaal van een generatie jongeren die dit land de komende jaren zal veranderen.

“We staan echt voor een dijkbreuk. Ik wil helpen om dat talent mee naar voren te schuiven. Mensen zoals Adil El Arbi zijn geen uitzonderingen,

zoals heel wat kijkers van De slimste mens waarschijnlijk dachten. Adil is de norm, er zijn heel veel Adils die op het punt staan om door te breken.”

Hij denkt dan weer dat u politiek zult doorbreken, dat u ooit premier wordt.

“Ik hoop dat hij gelijk heeft. (lacht) Maar serieus, ik weet niet wat morgen brengt. Ik heb mijn ouders heel hun leven zien vechten om hun hoofd boven water te houden. Dat heeft mij fatalistisch gemaakt. Ik heb nooit stabiliteit gekend. Ik heb dromen en ambities, maar er zit een stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat het morgen allemaal gedaan kan zijn.”

Wanneer zult u voor het eerst op een lijst staan?

“Dat weet ik niet. Daar ben ik nog niet mee bezig. Ik heb in die drie maanden dat ik op het kabinet van staatssecretaris Debaets werk wel veel meer respect gekregen voor politici. Het is een harde stiel. Je moet dag en nacht werken en kunt voor de meeste mensen toch nooit goed doen, je wordt vaak genadeloos aangepakt.”

Bent u, nog los van die eventuele politieke carrière, bang om gecriminaliseerd te worden, zoals men dat ooit met Dyab Abou Jahjah heeft gedaan, en nu misschien aan het doen is met jihadkenner Montasser AlDe’emeh, die wordt beschuldigd van schriftvervalsing?

“Absoluut. Daar ben ik heel bang voor. Dat is een van de redenen waarom ik op Twitter een beetje op de rem ga staan. Als je in dit land over bepaalde thema’s praat, word je vroeg of laat in een hokje gestopt en gecriminaliseerd. Ze maken snel een karikatuur van je. Ik heb de moed niet om dat te doorstaan. Ik heb daar ook geen zin in. Ik vind het erg jammer dat Montasser in opspraak wordt gebracht. Hij speelt een belangrijke rol in het debat over radicalisering. Wie weet daar meer over dan hij? Niemand. Maar hij overleeft deze fase wel, daar ben ik van overtuigd.”

Hebt u destijds de opkomst van de Arabisch Europese Liga gevolgd?

“Ik heb dat niet bewust meegemaakt, nee. Ik was nog maar een jaar of twaalf toen Dyab Abou Jahjah in opspraak kwam na de rellen op de Turnhoutsebaan in Borgerhout. Toenmalig politiechef Luc Lamine heeft later toegegeven dat Dyab de gemoederen wilde bedaren in plaats van ophitsen, maar men heeft hem aanvankelijk toch maar veroordeeld. Kapotgemaakt, eigenlijk. Zelfs de eerste minister riep in het parlement op om hem te arresteren.”

Ondertussen behoort hij tot het establishment, met een column in De Standaard.

“Dyab bij het establishment? Dat zal hij niet graag horen. Hij vindt dat ik iets te veel tot het establishment behoor, zeker nu ik op een kabinet werk. Dat is ons meningsverschil. Ik vind hem iets te uitgesproken. Hij is zeer gevoelig voor onrecht, maar sukkelt al jaren met stigmatisering en de karikatuur die sommingen van hem maken. Al geloof ik wel dat de mensen die hem vandaag verguizen, hem over een jaar of tien op handen zullen dragen, omdat ze dan zullen begrijpen hoe belangrijk hij was in het minderhedendebat.”

Begrijpt u dat sommige mensen met een migratieachtergrond zich hier niet meer gewenst voelen, zoals de Nederlandse columniste Nadia Ezzeroili onlangs schreef?

“Ik zie bij veel jongeren veeleer het tegenovergestelde. Wij willen onze plaats in de samenleving opeisen. Bij de oudere generatie zie ik dat cynisme wel. Sommigen onder hen denken wel dat het nooit meer goed komt. En dat beangstigt mij wel.”

Hoe denkt u dat het verder gaat met de radicalisering de komende jaren?

“Radicalisering is van alle tijden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er ook mensen die collaboreerden met het wreedste regime van de twintigste eeuw. Dat waren er vele duizenden, zelfs. Naar Syrië zijn uitons land een kleine 500 jongeren vertrokken. Maar vandaag zijn het er niet zo veel meer. Wat ik vreemd vind, is dat de propagandamachinevan IS zo weinig aandacht krijgt. Sommige mensen denken dat jongerenradicaliseren in de moskee, maar dat klopt niet. Jongeren radicaliseren

op straat en op sociale media. Al trappen de meeste jongeren er niet in, dat mogen we ook niet vergeten.”

Hoe werkt die propaganda?

“Die filmpjes van IS zitten slim in elkaar. Ze vertellen hetzelfde verhaal als de rekruteerders op straat. Dat moslims hier gediscrimineerd worden, werkloos zijn, geen hoofddoek mogen dragen. Dat de profeet hier beledigd wordt, dat het Westen geen moslims aanvaardt. Enzovoort. Sommige kwetsbare jongeren zijn daar vatbaar voor, zijn niet gewapend om daar tegenin te gaan. Wij hebben een term voor zulke kwetsbare jongeren, wij noemen dat pubers.”

Klopt het dat de aantrekkingskracht van IS aan het afnemen is?

“Absoluut. Hoe meer wreedheden er aan het licht komen, hoe minder steun IS zal krijgen. Aanvankelijk dachten sommige moslims dat die video’s met wreedheden een complot waren, dat die gefabriceerd waren door het Westen. Zoals een op de vijf Amerikanen nog altijd denkt dat de maanlanding geënsceneerd was. Vandaag weten de meeste moslims wel degelijk wat er aan de hand is. Wat er in Parijs gebeurd is, heeft ook hen bang en boos gemaakt. Er werden onschuldige mensen vermoord, in een land naast het onze. Dat stoot mensen tegen de borst, moslims even hard als niet-moslims.”

Maar het zijn moslims die altijd afstand moeten nemen van zulke gebeurtenissen, wat u eigenlijk onaanvaardbaar vindt, zei u ooit.

“Natuurlijk. Als journalisten aan Adil El Arbi vragen om afstand te nemen van IS, dan is dat zoiets als Jan Leyers vragen om afstand te nemen van de nazi’s. Dat zou niemand zich in het hoofd halen. IS is het walgelijkste van het walgelijkste, daarover zijn we het allemaal eens, hoor. Journalisten en politici moeten ook eens leren om niet zo geobsedeerd te zijn door die religie: ze zijn meer met de islam bezig dan de doorsnee moslim. In die zin is het maatschappelijk debat vandaag gebaseerd op een mythe.”

JOËL DE CEULAER ■

Radio 1 – Na Keulen zien we het gevaar van misplaatste politieke correctheid

Youssef Kobo is opiniemaker en kabinetsmedewerker van Brussels staatssecretaris voor gelijke kansen Bianca Debaets bij CD&V. Hij is verontwaardigd door de aanrandingen in Keulen, en vindt dat het té lang duurde vooraleer het publiek ingelicht werd.

Youssef was verontwaardigd toen hij het nieuws uit Keulen vernam. Er zijn volgens hem de eerste dagen heel wat fouten gemaakt, voornamelijk door bepaalde dingen te verzwijgen: “De grootste fout was dat er dingen verzwegen zijn uit misplaatste politieke correctheid.”

Het publiek heeft het recht te weten wat er gebeurt. Je mag niets verzwijgen uit politieke correctheid.

Extreem rechts vaart dan wel bij zo’n nieuwsfeiten, ze kunnen een bepaald verhaal vertellen. Maar het gevaar is volgens Youssef dubbel: “Je moet problemen bij naam durven benoemen, anders blijft het bestaan en gaat de wonde etteren.” De publieke opinie kan dat best wel aan, zegt Youssef. “Het publiek weet wanneer er iets verzwegen wordt. Misplaatste politieke correctheid maakt het alleen maar erger.”

Herbeluister het volledige gesprek met Youssef Kobo in De Bende van Annemie:

 

http://www.radio1.be/programmas/11bean/na-keulen-zien-we-het-gevaar-van-misplaatste-politieke-correctheid

Radio 1 De Bende Van Annemie – 12/01

M/V van de week: Youssef Kobo en Freya Perdaens

Generatie Y worden ze genoemd, de jongeren die geboren zijn in de jaren ’80 en ’90. Ze zijn niet politiek geëngageerd, en te braaf, zo bleek uit enkele onderzoeken deze week. Wat vinden de jongeren er zelf van?
Youssef Kobo en Freya Perdaens zijn allebei 25. Hij studeert rechten en engageert zich in de Vlaamse Jeugdraad, zij is actief binnen Jong N-VA. En ze mogen het komen uitleggen. Want vonden ze bij de Oude Grieken al niet dat ‘de jeugd van tegenwoordig’ niet deugde?

http://www.radio1.be/programmas/bonus/mv-van-de-week-youssef-kobo-en-freya-perdaens

Radio 1 – 5/04/2014

Man en paard

Het heeft niet lang geduurd voor het publieke debat over de gebeurtenissen in Duitsland ontaardde in het proces van de islam in onze samenleving. Zodra bekend werd dat de daders van de aanrandingen in Keulen vermoedelijk Syrische vluchtelingen zijn, verschoof de aandacht al snel van geweld tegen vrouwen naar asiel, migratie, islam en de multiculturele samenleving.

Over de motieven van de daders werd hevig gespeculeerd. Menig commentator schreef het seksuele geweld en het misogyne gedrag toe aan de religieuze en etnisch-culturele achtergrond van de daders. Voorlopig blijven alle analyses echter voorbarig. Op het moment van dit schrijven zijn de daders nog niet gevat. We kunnen dus nog niet met zekerheid zeggen wie er achter de aanvallen zit, laat staan dat we de etniciteit of de motivering van de daders kennen.

Door meteen alle pijlen te richten op landgenoten met een Arabische achtergrond of asielzoekers, riskeer je hele bevolkingsgroepen te stigmatiseren. Erger nog, je vermindert hun bereidwilligheid om bepaalde problematieken in de eigen gemeenschap aan te pakken door ze steevast in een defensieve houding te dwingen.

Dat alles mag ons er uiteraard niet van weerhouden om in maatschappelijk relevante discussies man en paard te noemen. Een eerlijk intellectueel debat is nu eenmaal niet gebaat bij taboes en misplaatste politieke correctheid.

Als iemand bijvoorbeeld stelt dat er relatief meer geweld tegen vrouwen plaatsvindt in het Midden-Oosten dan in West-Europa, is dat geen discriminatoire uitspraak, maar een objectieve vaststelling. Er is nu eenmaal genoeg cijfermateriaal om die bewering te staven. Dat in schril contrast met de vele onzinnige uitspraken over moslims die de afgelopen dagen de revue zijn gepasseerd.

We kunnen alleen maatschappelijke vooruitgang boeken als we ons in dergelijke discussies wat minder beroepen op het buikgevoel en wat meer op de facts and figures. Want wie een beetje kan debatteren, kan elk argument ontkrachten of elke discussie laten ontsporen. Waardoor de kern van de zaak, geweld tegen vrouwen, naar de achtergrond verschoven wordt.

Met politieke correctheid of door misdaden te culturaliseren doe je niemand een plezier. Dat het Keulse stadsbestuur in eerste instantie dacht weg te komen met het verzwijgen van enkele elementen uit het onderzoek, is hemeltergend. Door de discussie over de aanvallen in Keulen te projecteren op alle moslims of landgenoten met een Arabische achtergrond, riskeren we belangrijke partners in de strijd tegen geweld op vrouwen te verliezen. Het word hoog tijd dat we stoppen naar bepaalde maatschappelijke fenomenen te kijken door een etnische bril. De enige groep die nu onze toorn verdient, zijn de laffe daders die zich op oudejaarsavond vergrepen aan weerloze vrouwen.

De Standaard Avond 8/01 – http://www.standaard.be/cnt/dmf20160108_02056081

De visioenen van Sarkozy

Schengen is dood, orakelt Nicolas Sarkozy, en de natiestaten bewaken maar beter zelf hun grenzen. Maar een goede oplossing is dat niet. De vluchtelingencrisis laat ons precies zien dat we meer Europa nodig hebben.

 Opgemerkte gast gisterenavond in de Antwerpse Stadsschouwburg. Nicolas Sarkozy kwam er een voordracht geven op de druk bijgewoonde nieuwjaarsreceptie van VOKA. In zijn toespraak pleitte Sarkozy voor nieuwe Europese structuren. ‘Schengen is dood,’ verkondigde hij. De enorme uitdaging van de huidige vluchtelingencrisis en de economisch malaise waarin verschillende EU-lidstaten verkeren, zijn voor hem een duidelijk toonbeeld dat de Europese instellingen niet meer werken. Verder maakte de voormalige president van Frankrijk, de bakermat van de laïcité, zich druk om het niet inschrijven van de ‘christelijke identiteit’ in de Europese grondwet.

Sarkozy trapt alvast een open deur in wanneer hij stelt dat het huidige gefragmenteerde migratiebeleid van de EU-lidstaten de vluchtelingencrisis alleen maar erger heeft gemaakt.

Sarkozy’s antwoord op het onvermogen van de Europese Unie om een uniform migratiebeleid uit te stippelen is paradoxaal genoeg meer desintegratie. Het Europa van het vrije verkeer van personen behoort volgens hem op de puinhopen van de geschiedenis. Bepaalde bevoegdheden zouden terug moeten vloeien naar de natiestaten. En de Europese lidstaten zouden terug de mogelijkheid moeten krijgen om hun landsgrenzen te sluiten.

Sarkozy staat niet alleen in zijn oproep om het Schengenverdrag te herbekijken. In de nasleep van de terreuraanslagen in Frankrijk en als antwoord op de vluchtelingencrisis pleitte N-VA-voorzitter Bart De Wever meermaals om te sleutelen aan allerlei internationale verdragen. Het Schengenverdrag, de Conventie van Genève… van de Antwerpse burgervader mag alles op de schop. De Wever ging zelfs zover om alle Europese partijen aan te schrijven. In een open brief riep hij op om mee een einde te maken aan de huidige influx van oorlogsvluchtelingen in Europa. Maar binnen Europese kringen weerklinkt dat de brief bij de verschillende leiders eerder op de lachspieren heeft gewerkt dan dat het hen heeft aangezet tot actie.

In turbulente tijden is het niet ongewoon dat beleidsmakers allerlei verworvenheden of basisrechten in vraag beginnen te stellen. Het zou niet de eerste keer zijn dat politici misbruiken van crisissituaties om bepaalde zaken naar hun hand te zetten.

In de nabije toekomst zullen we gelijke tred moeten houden met de BRICSIT-landen, een antwoord moeten formuleren op de nakende energiecrisis, de vergrijzing, de klimaatopwarming en de dreiging van het internationaal terrorisme. Wie denkt dat de verschillende Europese lidstaten op eigen houtje een antwoord kunnen bieden op de gigantische uitdagingen die Europa de komende decennia te wachten staat, maakt zichzelf iets wijs. Enkel door verdere Europese integratie en nauwere samenwerking tussen de verschillende lidstaten kunnen we onze welvaart en veiligheid garanderen in een doorgedreven geglobaliseerde wereld. Niet minder maar meer Europa is de oplossing.

De Standaard 8/01 – http://www.standaard.be/plus/20160108/avond?page=17